Pemba, safari en de Usambara mountains
Dit keer een zeer lang bericht. We hebben immers bijzonder veel meegemaakt de afgelopen periode en kunnen dan ook veel vertellen.
Zaterdag 27 augustus vertrokken we 's ochtends vroeg met de boot richting
De eerste dag zijn we naar het strand gegaan en dat is nog een behoorlijke onderneming. Eerst ruim een uur in de dalla-dalla, vervolgens nog anderhalf uur met de fiets. Maar de reis is wel erg mooi, vooral op de fiets. Nog meer dan anders, komen dan alle kinderen naar buiten rennen om "Bye-bye" te roepen. Verder kwamen we ook door een tropisch bos, dus het was een mooie fietstocht. In het begin was het strand helemaal leeg: we konden gewoon een eindje door het (hagelwitte) zand fietsen en een plekje uitzoeken. Daarna kwam het halve eiland het strand op om aldaar hun vrije dag te besteden. Daarom besloten we na een tijdje om te gaan lunchen bij een resort met een geweldig uitzicht op de Indische Oceaan, een eindje verderop. Op de terugweg brak de ketting van één van de fietsen, waardoor deze fiets een nieuwe functie als step kreeg.
De daaropvolgende drie dagen zijn we gaan duiken. Rond het eiland liggen diverse kleine onbewoonde eilanden, omgeven door kleurrijk koraal met vele verschillende soorten vissen. Tussen de duiken door kon je heerlijk op de stranden van die eilanden lunchen, relaxen en natuurlijk bijkleuren.
De laatste dag op het eiland, voordat we met het vliegtuig terug naar Dar es Salaam gingen, zijn we met de auto naar een ander strand gegaan. Bijna onmogelijk, maar het was nog mooier dan de eerste. Prachtig koraal op loopafstand en nergens een toerist te bekennen. Alleen een handjevol lokale vissers bij wie we een inktvis en twee andere vissen kochten. Die hebben we daar ter plekke op een vuurtje in de grond klaargemaakt. Verser dan dat kan echt niet!
De volgende dag vertrok de luxe bus vanu
it Dar es Salaam naar het noorden: Arusha. Daar begon onze safari. De eerste nacht gingen we een actieve vulkaan beklimmen: de Ol Doinyo Lengai ('berg van god' in Maasai-taal). Dat was een iets grotere en steilere berg dan we hadden verwacht. Maar gelukkig was het donker dus konden we dat niet zien. De enige indicatie daarvan was het licht van een zaklamp en onze vermoeide benen. Na 5 uur klimmen hadden we dan eindelijk de top bereikt, alwaar we konden genieten van de opkomende zon met uitzicht op Mt Meru en Mt Kilimanjaro. De top was bedekt met gestolde lava en je kon op diverse plekken de damp zien ontsnappen. De stenen op de grond voelden ook warm aan in de koude ochtend.Toen moesten we naar beneden. Ditmaal in het licht, hetgeen betekende dat we zagen hoe steil, hoog en voornamelijk gevaarlijk de berg is. Zonder goede schoenen moesten we over losliggende stenen naar beneden. Langzaam en voorzichtig gingen we naar beneden. Uitgeput, maar een ervaring rijker kwamen we uiteindelijk terug bij de auto en was het tijd om te gaan slapen. We hebben nog dagen lang last gehad van spierpijn.
Na de Ol Doinyo Lengai vertrokken we naar de Serengeti. Op de eerste campsite zaten we midden in de natuur - geen bescherming behalve het canvas van de tent. In de vallei beneden ons liepen kuddes gnoes, zebra's en buffels, en 's ochtends kwamen de bavianen vanaf de rotsen naar beneden om eten te zoeken in de keuken. Op de tweede campsite hadden olifanten de douches onschadelijk gemaakt en werden we 's nachts wakker van het gebrul van leeuwen, die zich op slechts enkele meters afstand van onze tent bevonden. Kortom, een gezellige boel.
Vervolgens reden we naar de top van de kraterrand van de Ngorongoro, een ingestorte vulkaan met in het midden 260 vierkante kilometer nationaal park - de must-see van Tanzania. Hier lopen alle wilde dieren je bijna tegemoet. Vanwege het droge seizoen was het er wel erg stoffig. Het is er wel erg druk met mensen in de krater, maar dat betekent wel dat de dieren gewend zijn aan mensen en kan je bijzonder dichtbij komen. Hier hebben we echt van alles gezien: leeuwen, olifanten, nijlpaarden, gnoes, zebras, buffels, gazelles, bavianen, neushoorns en zelfs een cheetah!
Tot slot van onze safari nog een middag bij lake Manyara. Een park dat bekend staat om zijn bavianen en olifanten, die we dan ook in overvloed hebben kunnen zien. Daarna zat het erop en gingen we terug naar Arusha om een busticket te kopen voor de reis naar Lushoto.
Lushoto is een dorpje in de Usambara Mountains. Vanuit Arusha is het normaal 4 a
5 uur rijden met de bus, echter, omdat de mensen hier hardnekkig alle vormen van efficiëntie en deductief vermogen afwijzen stopte de bus in zowat alle tussenliggende gehuchten; bovendien kreeg de bus twee lekke banden tegelijkertijd, waardoor de uiteindelijke reistijd opliep tot 7 1/2 uur.In de omgeving van Lushoto valt goed te wandelen. De bergen zijn mooi en bezaaid met kleine dorpjes en plantages. We hebben dus een dagje rondgewandeld, maar omdat er verder helemaal niets te beleven viel zijn we maandag gewoon teruggegaan naar huis. Wederom met het lokale vervoer, ditmaal met 72 zitplaatsen en het gangpad gevuld met nog eens een man of 40.
Gisteren hebben we onze presentatie gedaan, uiteraard gevolgd door een korte borrel. We zijn dus nu helemaal vrij en kunnen het lekker rustig aan doen de laatste dagen. Lekker relaxen op het strand dus.






